Lees deze pagina voor
 

U bent hier: Digitaal loket » Leefomgeving » Welke regels gelden er bij een uitrit?

Welke regels gelden er bij een uitrit?

Al enige jaren wordt er in het kader van Duurzaam Veilig Verkeer op de grenzen van 30 kilometer zones gewerkt met uitritconstructies. Van verschillende kanten krijgt de gemeente vragen over deze constructies. Voornamelijk de vraag wat de regels zijn bij de uitritconstructie is veelgesteld.

Van oudsher wordt de aansluiting van een privé-terrein op een voor het openbaar verkeer openstaande weg een uitrit genoemd (onder ‘uitrit’ wordt tevens begrepen ‘inrit’).
Al geruime tijd worden uitritconstructies ook toegepast bij de aansluiting van een weg op een andere weg. In het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (RVV 1990) wordt onder meer bepaald dat bestuurders die vanuit een uitrit de weg oprijden, het overige verkeer (inclusief de voetgangers) voor moeten laten gaan. Voor een uitrit mag men verder niet parkeren.

De vormgeving van een uitrit is van belang voor de herkenbaarheid van de weggebruikers. Zij moeten door de vormgeving herkennen dat het om een uitrit gaat. Dit kan bijvoorbeeld blijken uit een trottoir en/of fietspad dat langs de doorgaande weg ononderbroken in dezelfde soort verharding doorloopt over de zijweg. Het kan ook blijken uit het gebruik van inritblokken. Waar echter altijd sprake van is, is een niveauverschil. De uitrit ligt altijd hoger dan de doorgaande weg.

Hier is echter wel een uitzondering op. Dit is de zogenaamde tijdelijke poortconstructie. Deze bestaat uit twee doorgetrokken strepen haaks op het wegdek met aan weerszijden een 30 kilometerzone bord.
Ook de tijdelijke poortconstructie is juridisch een uitrit, maar de vormgeving wijkt hiervan af.

printer

Snelnavigatie

Naar boven