Lees deze pagina voor
 

U bent hier: Bestuur en Organisatie » Organisatie » Klachtenregeling

Klachtenregeling

Bestuurders en medewerkers van de gemeente Noordenveld horen correct om te gaan met elkaar en met burgers. Dat is een vanzelfsprekendheid. Maar wat de één correct gedrag vindt, kan door een ander als onheuse bejegening opgevat worden. Grenzen zijn altijd subjectief en het is moeilijk om daar eenduidige regels voor af te spreken.

Maar waar moet je zijn als je een klacht hebt over het gedrag van een ambtenaar, een wethouder, een raadslid, de burgemeester of een gemeentelijke commissie? En wat gebeurt daar dan vervolgens mee? In hoofdstuk 9 van de Algemene Wet Bestuursrecht is geregeld hoe de overheid, dus ook de gemeente, met klachten om moet gaan.

Waarover mag de klacht gaan?

Het klachtrecht is bestemd voor klachten over gedragingen van bestuurders en ambtenaren. U kunt dus geen klacht indienen omdat u bijvoorbeeld geen vergunning krijgt voor het bouwen van een schuur of voor het houden van een evenement. Daarvoor zijn speciale bezwaar- en beroepprocedures in het leven geroepen.
Een klacht indienen kan wel als u vindt dat er niet serieus naar u geluisterd wordt of dat u aan het lijntje gehouden wordt. Ook als u verkeerd of helemaal niet geïnformeerd bent, kan dit reden zijn om een klacht in te dienen.

Het indienen van een klacht

Een klacht moet schriftelijk of met het formulier Klacht indienen ingediend worden bij het bestuursorgaan waarop de klacht betrekking heeft. Het spreekt vanzelf dat naam en adres van de klager vermeld worden, want anonieme klachten kunnen niet in behandeling genomen worden. In de brief of het formulier moet een zo duidelijk mogelijke omschrijving staan van wat er gebeurd is. Ook moet er in staan welke ambtenaar of bestuurder het betreft, waar en wanneer het is gebeurd en waarom bezwaar gemaakt wordt tegen de gedraging.

Als u het moeilijk vindt om uw klacht op papier te zetten, dan kan de klachtencoördinator u daarbij helpen. Wanneer de brief of het formulier is ontvangen, krijgt de indiener daarvan een schriftelijke bevestiging. In deze bevestiging staat ook hoe de klacht behandeld zal worden.

Bemiddeling

De brief of het klachtenformulier gaat naar de klachtencoördinator, de heer M. Nienhuis van de afdeling Bestuur- en Concernondersteuning. Hij organiseert op korte termijn een bemiddelingsgesprek tussen de klager en degene over wie de klacht is ingediend, van dit bemiddelingsgesprek wordt een verslag gemaakt. Als de klager aangeeft geen prijs te stellen op een dergelijk gesprek, gaat de  klacht rechtstreeks naar de secretaris van de Ombudscommissie.

Ombudscommissie

Als de bemiddeling is mislukt of u stelt geen prijs op bemiddeling, dan wordt uw klacht voorgelegd aan de Ombudscommissie. Deze commissie bestaat uit de leden van de onafhankelijke Commissie voor de behandeling van bezwaar- en beroepschriften. Ombudscommissie kan een onderzoek instellen naar de gegrondheid van uw klacht. Als er een onderzoek ingesteld wordt, dan zal de Ombudscommissie de betrokkenen horen. Dat zijn in ieder geval de klager en degene over wie geklaagd is, maar de Ombudscommissie kan ook anderen in de gelegenheid stellen kennis te nemen van de klacht en daarover mondeling of schriftelijk een verklaring af te leggen. Het horen vindt plaats achter gesloten deuren, tenzij de Ombudscommissie anders beslist. Van het horen wordt een verslag gemaakt. 

In een aantal gevallen is het bestuursorgaan niet verplicht om de klacht te behandelen. Zie hiervoor artikel 9.8 van de Algemene Wet Bestuursrecht.
pdf ABW artikel 9.8

Oordeel van de Ombudscommissie

De Ombudscommissie deelt de klager en degene over wie is geklaagd mee of, en zo ja in hoeverre, de klacht gegrond is. Indien het onderzoek naar het oordeel van de Ombudscommissie onvoldoende zekerheid verschaft over de feitelijke toedracht van de gedraging waarover is geklaagd, wordt geen oordeel uitgesproken.

De Ombudscommissie kan aanbevelingen doen aan het bestuursorgaan om bepaalde maatregelen te nemen. Het bestuursorgaan rapporteert aan de Ombudscommissie welke maatregelen genomen zijn. Als van de aanbeveling wordt afgeweken moet het bestuursorgaan dat motiveren.

In principe doet de Ombudscommissie uitspraak binnen 10 weken nadat de klacht is ingediend. Deze termijn kan eenmaal met 4 weken verlengd worden. Tegen het oordeel van de Ombudscommissie staan geen verdere beroepsmogelijkheden open.

Meer weten?

Nadere informatie kunt u verkrijgen bij de heer M. Nienhuis, telefonisch te bereiken via tel. (050) 502 72 22.


printer

Snelnavigatie

Naar boven